Hier vind je speelse tussendoortjes om rond zinsconstructie met gewezen anderstalige

nieuwkomers te werken.

WIE OF WAT BEN IK?

 

 

 

 

Leg afbeeldingen met de prent naar beneden op een stapeltje klaar.

Je kan hiervoor de tekstkaartjes gebruiken die je onder de verschillende thema's terugvindt via "basiswoordenschat".

 

Om de beurt neemt elke anderstalige nieuwkomer, zonder er naar te kijken, een kaartje en laat dit aan de anderen zien.

 

(Je kan het kaartje met

een haarband aan

het hoofd bevestigen;

zo blijft het kaartje

zichtbaar voor de

medeleerlingen.)

 

Degene die het

kaartje genomen heeft moet nu adhv. ja/nee-vragen raden wie of wat hij is.

Lukt dit binnen de aangegeven tijd? Of met zo min mogelijk vragen?

 

Richtvragen:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Laat de computer raden wat je in gedacthten hebt via 20q.net

IMPROVISATIE

 

 

 

 

1. Woord-Woord: Om de beurt noemt elke anderstalige leerling een willekeurig woord. De volgende noemt het eerste woord dat in hem opkomt, enzo...

Schrijf de woorden op en maak er na afloop zinnen of een verhaal mee. Je kan ook proberen zoveel mogelijk woorden in één zin te gebruiken.

 

2. Kleur-woord: De leerlingen krijgen een bepaalde kleur en noemen om de beurt een voorwerp dat ze aan die kleur linken.

Schrijf de woorden op en maak er na afloop zinnen of een verhaal mee. Je kan ook proberen zoveel mogelijk woorden in één zin te gebruiken.

 

 

RA RA RA

 

Verdeel de klas anderstalige nieuwkomers in twee groepen. Om de beurt mag een lid van de groep een begrip omschrijven.

Je kan de anderstalige kinderen vrij laten een woord te kiezen, zelf woorden aanreiken of binnen een bepaald thema werken. Hiervoor kan je de tekstkaartjes gebruiken die je onder de verschillende thema's terugvindt via "basiswoordenschat".

 

De teamleden proberen het begrip te raden. Lukt dit, dan verdienen ze een punt. Welk team behaalt de hoogste eindscore?

 

Je kan er voor kiezen of er al dan niet vragen gesteld mogen worden.

 

Richtvragen:

 

 

TELL A STORY

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Leg afbeeldingen met de prent naar beneden op een stapeltje klaar.

Je kan hiervoor de tekstkaartjes gebruiken die je onder de verschillende thema's terugvindt via "basiswoordenschat".

 

Met deze kaarten wordt een verhaal verteld.

Om de beurt neemt elke anderstalige leerling een kaart en maakt een zin waarin de benaming van de afbeelding in voorkomt. Hierbij bouwen ze steeds verder op het vorige om tot een samenhangend verhaal te komen.

 

Je kan de kaartjes in volgorde op tafel laten liggen en het verhaal zo nadien herhalen.

BALLETJE GOOIEN

 

Om de beurt gooit elke anderstalige nieuwkomers de bal naar een medeleerling. Hierbij zegt hij telkens een woord (al dan niet binnen een bepaald thema). Degene naar wie de bal gegooid wordt, ...

 

... maakt een zin met dat woord.

... legt het begrip uit.

... omschrijft de uiterlijke kenmerken.

 

Kan jij binnen de aangegeven tijd antwoorden? Ken jij de meeste begrippen?

A, B, C

 

Leg alle letters van het alfabet met de letter naar beneden in het midden van de tafel.

 

Je kan hiervoor onderstaande letterkaartjes gebruiken (best afdrukken op dik (gekleurd) papier):

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Elke anderstalige nieuwkomer neemt om de beurt een letter. Met deze letter maakt hij een woord en verzint hij een zin.

Als dit lukt, mag de leerling de letter bijhouden.

Als dit niet lukt, wordt de letter teruggelegd en is de volgende leerling aan de beurt.

Wie kan als eerste vb. 6 letters verzamelen?

10-MINUTEN SPELLETJES

 

Vind hieronder een lijst met spelletjes ter taalverrijking bij gewezen anderstalige nieuwkomers.

 

Jeugdwerker

Scoutwiki

Jeugdwerkidee

Kennismakingsspelletjes

Scoutnet

Recreatiewerk in uitvoering

10-mintuenspelletjes

Scoutpedia

5-minutenspelletjes / leeftijd

GRAPPIGE ZINNEN

 

Leg afbeeldingen met de prent naar beneden op een stapeltje klaar.

Je kan hiervoor de tekstkaartjes gebruiken die je onder de verschillende thema's terugvindt via "basiswoordenschat".

 

Om de beurt neemt elke anderstalige nieuwkomer twee kaartjes (deze hoeveelheid kan opgebouwd worden) en maakt een zin waarin beide benamingen in voor komen.

 

Je kan er ook een wedstrijd van maken waarbij je de hoeveelheid opbouwt bij elke ronde. De leerling die de meeste benamingen in een zin kan gieten wint.

VREEMDE EEND

 

 

 

 

 

 

 

 

Vreemde Eend is een muzisch alfabetiseringsproject. Anderstaligen leren Nederlands aan de hand van kinderliedjes en prentenboeken.

Klik op de afbeelding om naar de site te gaan en uitgewerkte voorbeelden terug te vinden.

BLINDE TEKENAAR

 

1. Abstract: Kies of teken eenvoudige kleurplaten. Laat de anderstalige leerlingen aan elkaar uitleggen wat er op die plaat te zien is. Dit adhv van instructies zoals: "ik zie een vierhoek met bovenaan een cirkel". Er worden dus enkel vormen en hun plaats besproken. De medeleerling tekent dan wat hij hoort. Hoe zeer lijkt de tekening op de kleurplaat?

 

Voorbeelden: Hartjesballonnen, bloem, vlinder, lieveheersbeestje, boot

 

2. Concreet: Kies goedgevulde kleurplaten. Laat de anderstalige nieuwkomers aan elkaar uitleggen wat er op die plaat te zien is. Dit adhv van instructies zoals: "op het bureau ligt links een appel". Er wordt dus concreet benoemd wat men ziet en wat er gebeurd op de prent. De andere tekent dan wat hij hoort. Hoe zeer lijkt de tekening op de kleurplaat?

 

Voorbeelden: Jungle, spelen, verjaardag, huisje, onder water

VERHALEN SCHRIJVEN

 

Schrijf samen met de kinderen een grappig verhaal over een zoekprent of praatplaat (bij elk thema vind je er verschillende terug). Je kan hier de leerlingen aan het woord laten terwijl je als leerkracht het verhaal noteert.

 

 

 

© taalrijk.be, 2016, door Sanne Pittomvils

Met dank aan: Pixabay & Openclipart.

 

 

Klik hier voor de gebruiksvoorwaarden