Hier vind je allerlei spelideeën en suggesties rond zelfcorrectie. De benodigde materialen vind je terug onder: de verschillende thema's bij basiswoordenschat & technisch lezen. Veel spelplezier!

1. WERKEN MET BEELD- EN TEKSTKAARTJES

Memory

 

Leg de kaartjes willekeurig met de afbeeldingen en de benamingen naar beneden naast elkaar. Draai om beurt 2 kaartjes om en zoek zo de afbeelding met bijpassende benaming bij elkaar. Is het fout, dan worden de kaartjes opnieuw omgedraaid. Wie een paar gevonden heeft, mag nog een keer. Wie de meeste kaartjes heeft, wint. Kan jij alles nadien nog benoemen?

 

VARIANT: de leerlingen kunnen ook zelf paartjes memorykaarten tekenen.

TIP: kleef de kaartjes op een gekleurde achtergrond alvorens ze te lamineren.

Om ter eerst

 

Leg de kaartjes met de afbeeldingen door elkaar centraal op de tafel met de afbeeldingen naar boven. De kaartjes met benamingen worden in een stapeltje gelegd met de benamingen naar beneden. De spelleider of om beurt de spelers draaien een kaartje met een benaming om. Wie vindt als eerste de bijpassende afbeelding? Wie de meeste kaartjes heeft, wint. Kan jij alles nadien nog benoemen?

Kan ook gespeeld worden met gekleurde fiches die telkens op de afbeelding worden gelegd. Wiens kleur is het meest aanwezig?

De slang

 

Meng de kaartjes zorgvuldig Maak een lange slang waarbij de kaartjes willekeurig achter elkaar worden geplaatst. Gooi om de beurt met de dobbelsteen en ga het aantal ogen vooruit. Wanneer je op een afbeelding terecht komt, ga je verder of terug naar de benaming. Kom je op de benaming terecht ga je verder of terug naar de bijpassende afbeelding. Wie is het eerst aan de finish of wie kan binnen de aangegeven tijd de meeste rondes maken?

Onthoudrij

 

Naar: "ik ga op reis en neem mee..."

Om de beurt somt iedere speler uit het hoofd de benamingen van de afbeeldingen uit de rij op en voegt tenslotte één kaartje toe. Dit kan met de ogen toe of door telkens de kaartjes om te draaien. Wie kan het langst de rij geheel memoriseren?

Alfabetisch rangschikken

 

Verdeel de kaartjes onder de spelers en laat hen ze om ter eerst of binnen een bepaalde tijdslimiet alfabetisch rangschikken.

Wie-wa-weg

 

Maak een rijtje van 3 of meerdere kaartjes en benoem alle afbeeldingen. De spelers draaien zich om of sluiten de ogen. De spelleider neemt 1 kaartje weg en vraagt de spelers opnieuw te kijken. Wie kan (het snelst) benoemen wat weg is?

Plaatsbepaling

Leg de kaartjes met afbeeldingen naast elkaar op tafel en stel vragen zoals: "wat ligt boven de school?", "wat ligt naast de deur?", "wat ligt rechts van de balpen?" of "naast wat ligt de school?".

Wie kan als eerste antwoorden of hoeveel vind je er binnen een bepaalde tijdsspanne?

Zo kan je ook adhv instructies de kaartjes op de juiste plaats laten neerlinggen. Vb: "Leg de school links van de deur."

Spel met de bel

 

Maak twee stappeltjes; eentje met de afbeeldingen en eentje met de woorden. Om de beurt neemt een speler een kaartje met een woord weg. Wanneer het woord overeen komt met de afbeelding dienen ze om ter eerst op de bel te drukken (of op de tafel te slaan of een balletje weg te nemen of ...) Wie eerst is en het juist heeft mag de bij elkaar horende kaartjes houden. Wie de meeste kaartjes heeft, wint.

Kiekeboe

 

Leg alle afbeeldingen naast elkaar op tafel. Plaats op 4 afbeeldingen een gekleurde schijf. Benoem telkens op welke afbeelding een schijf wordt gelegd. Om de beurt gooien de spelers met een kleurendobbelsteen. De speler mag raden welke afbeelding onder de gegooide kleur ligt. Wanneer een ster gegooid wordt, mag de speler een kleur kiezen. Heeft de speler het juist, dan legt hij de gekleurde schijf op een andere afbeelding en houdt het gerade kaartje. Wie verzamelt de meeste kaartjes?

Verzamelrace

 

Verdeel de afbeeldingen over 4 rijen. Plaats op elke afbeelding een gekleurde schijf. Om de beurt gooien de spelers met een kleurendobbelsteen. De speler mag raden welke afbeelding onder de gegooide kleur ligt. Wanneer een ster gegooid wordt, mag de speler een kleur kiezen. Heeft de speler het juist, dan mag hij de schijf 1 plaats naar rechts verschuiven. Speelt een speler de rij uit verdient hij de gekleurde schijf. Wie verzamelt de meeste gekleurde schijven?

Onthouden

 

Leg de afbeeldingen naast elkaar op tafel. Om beurt zegt één van de spelers of de spelleider een aantal benamingen. Degene die aan de beurt is neemt deze benamingen en legt de kaartjes naast elkaar. Is het juist, dan heeft hij een punt verdiend. Is iedereen aan de beurt geweest, dan voegen we een extra benaming toe. Hoeveel woorden kan jij onthouden?

TIP: Maak zelf een kleuren- dobbelsteen door dit patroon te downloaden. Je kan naturlijk ook een kubusje beschilderen en vernissen.

TIP: Maak zelf gekleurde schrijven met deze download. Je kan naturlijk ook gekleurde blokjes gebruiken.

Zoekprent

 

Leg de kaartjes met benamingen of extra opdrachten met de tekst naar beneden op een stapeltje naast de zoekprent. De spelleider of iedere speler om beurt draait een kaartje om. Wie vindt als eerste het bijhorende voorwerp? Of wie vindt de meeste voorwerpen in de aangegeven tijd? Wie de meeste kaartjes verdient, wint.

Race tegen de tijd

 

Maak een lange slang met de afbeeldingen. Plaats je pion op de eerste afbeelding. Start de stopwatch. Kan jij alle afbeeldingen binnen de afgesproken tijd benoemen? Wie behaalt de beste tijd?

Spelbord

 

 

Download hier: het spelbord

Download hier: de spelinstructies

Blijven staan!

De spelers staan recht en krijgen om de beurt een afbeelding te zien. Wanneer de speler deze juist kan benoemen mag hij blijven staan. Lukt dit niet, moet hij gaan zitten. Wie kan het langst blijven rechtstaan?

 

 

 

Sorteren

Laat de leerlingen de kaartjes sorteren per letter of per soort (vb schrijfgerief, fruit, in de keuken, ...)

 

 

 

Dobbelen

Leg de afbeeldingen willekeurig door elkaar met de prent naar boven. Om de beurt gooit de leerling met de dobbelsteen. Het aantal ogen duidt aan hoeveel kaartjes benoemd mogen worden en hoeveel punten er dus verdiend kunnen worden. Heeft de leerling het juist, dan mag hij de kaartjes nemen. Wie verzamelt de meeste kaartjes?

Matrix

 

Maak een rooster van 6x6 afbeeldingen. Plaats onder elke afbeelding de bijhorende benaming (ook hier kan je een spel van maken). Gooi met twee dobbelstenen en ga adhv de twee cijfers naar de juiste plaats in het rooster (vb: 2 = 2de kolom of 2 vakjes naar rechts & 3 = 3de rij of 3 vakjes naar beneden). De kinderen mogen zelf de volgorde bepalen. Kan de leerling de afbeelding juist benoemen, dan verdient hij de afbeelding. Wie kan de meeste afbeeldingen verzamelen?

ZELFCORRECTIE

> Gebruik het pdf-document met tekst- en beeldkaartjes of het beeldwoordenboek ter controle van antwoorden. Je kan de kinderen er ook zelf eentje laten samenstellen of een themamuur laten aanbrengen in de klas (zie "Klas voor de kinderen") Zo kunnen ze hun antwoorden zelfstandig controleren.

 

> Druk de kaartjes twee maal af en kleef bij de spelletjes die het toelaten de benaming op de achterzijde van de afbeeldingen en omgekeerd.

2. WERKEN MET FLITSKAARTEN

ZELFCORRECTIE

> Maak een afschermhoesje van bv. een omslag volgens volgend stappenplan.

> Knip de benamingen van de afbeeldingen los en kleef ze op de achterzijde van de afbeelding.

Spelletjes

 

- Meerdere spelers: Leg de kaarten met de afbeeldingen naar boven op een stapeltje klaar. De spelers raden om ter eerst of binnen de aangegeven tijd wat ze zien. De spelleider of de spelers nemen om de beurt een kaart weg. Wie het juist heeft, mag de kaart houden. Wie verdient de meeste kaarten?

 

- Sologame: Leg de kaarten met de afbeeldingen naar boven op een stapeltje klaar. Wat juist geraden wordt, mag aan de kant gelegd worden. Wat fout geraden wordt, wordt opnieuw achteraan toegevoegd. Lukt het om alles te benoemen binnen de aangegeven tijd of om je record te verbreken? De speler kan zichzelf ook punten geven per reeks en de score proberen te verbreken.

 

- Themamuur: Hang de kaartjes in de klas omhoog. Deze themamuur kan op zijn beurt gebruikt worden als zelfcorrectiemiddel of als aanleiding om leuke tussendoortjes te spelen. Bij "varia" vind je alvast enkele ideeën.

3. LOTTO SPELEN

- Standaard: De legborden worden onder de spelers verdeeld. De kaartjes worden met de afbeeldingen naar beneden in het midden van de tafel gelegd. Om de beurt draaien de spelers een kaartje om. Hebben ze een passend kaartje gevonden, mogen ze dit op hun legbord plaatsen. Wiens bord het eerst vol is, wint.

 

- Geheurgenlotto: De legborden worden onder de spelers verdeeld. De kaartjes worden met de afbeeldingen naar beneden in het midden van de tafel gelegd. Iedere speler kijkt goed naar zijn spelbord en memoriseert de benodigde kaartjes. Als het spel begint worden de legborden met de tekst naar beneden gedraaid. Om de beurt draaien de spelers een kaartje om. Denken ze een passend kaartje gevonden te hebben, mogen ze dit bijhouden. Het spel is gedaan als alle kaartje op zijn. Je mag zoveel kaartjes bijhouden als er nodig zijn om je legbord vol te krijgen. Er mag ook gewisseld worden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

ZELFCORRECTIE

Teken op de achterzijde van de bij elkaar horende kaartjes een patroon of schrijf hier een woord. Als het spel gedaan is en de afbeeldingen liggen op de juiste benaming, zin of omschrijving kunnen de kaartjes worden omgedraaid. Als het patroon of het woord klopt, liggen alle kaartjes juist.

 

4. SPELEN MET PUZZELSTUKKEN

Puzzelen in je eentje kan leuk zijn.

Maar je kan er ook een spelletje van maken: de puzzelstukken worden in het midden van de tafel gelegd. Wanneer het spel start, proberen de spelers zoveel mogelijk afbeeldingen opnieuw samen te stellen. Wie de meeste voorwerpen weet samen te stellen, wint.

Om het moeilijker te maken kan je de stukken uiteraard nog kleiner knippen.

 

 

 

5. VARIA: ANDERE LEUKE SPELLETJES

- Uitbeelden: Laat de leerlingen uitbeelden wat je met een voorwerp doet, welk geluid een dier maakt of hoe dit dier beweegt.

 

- Benoemen: Laat leerlingen benoemen wat je met een voorwerp doet of wat een bepaald beroep inhoudt.

 

- Omschrijven: Laat de leerlingen omschrijven hoe iets eruit ziet. Je kan de kinderen ook het bijpassende kaartje om ter eerst laten nemen bij een omschrijving die je geeft.

 

- Foto's: Laat de leerlingen zelf foto's zoeken of maken van geziene woordenschat.

 

- Beeldwoordenboek maken: Laat de leerlingen een alfabetisch beeldwoordenboek

bijhouden waarbij ze geziene woorden tekenen of verduidelijken met foto's.

Ze kunnen ook de benamingen hierbij noteren.

 

- Powerpoint maken: Laat de kinderen een digitale thematisch slideshow maken

van geziene woordenschat.

 

- Waar of niet waar: Vertel iets bij een prentje. De kinderen geven (eventueel met een groene of een rode kaart) aan of het waar of niet waar is.

 

- Pictionary spelen: Neem om de beurt een kaartje en teken dit zodat je medespeler het kan raden.

 

- Woordslang: om de beurt schrijft elk kind een woord dat past binnen het thema. Het woord moet steeds beginnen met de laatste letter van het vorige woord.

 

- Hangman: de leerlingen raden om de beurt een woord door letters te noemen. De quizmaster geeft aan uit hoeveel letters het woord bestaat. Juiste letters worden ingevuld op de juiste plaats in het woord. Bij het noemen van foute letters wordt telkens een stukje van "de hangman" getekend. Dit kan op het bord, op papier of met het volgende programma: "hangman online"

 

- TIK TAK BOEM: Zet je timer op bv. 1 minuut. Om beurt benoemen de leerlingen een afbeelding of noemen ze een benaming binnen een bepaald thema. Bij wie ontbploft "de bom"?

 

 

6. CREATIEVE IDEEËN

- Boetseren met klei, plasticine of zoutdeeg

(1kg bloem + 600gr water + 500gr zout + 3el zonnebloemolie / 20-40min op 170°C).

- Tovertekening maken; teken met een kaars een figuur en

kleur er overeen met een vette potlood. Zie: voorbeeld.

 

 

7. KLEURPLATEN

TIP: Voeg benamingen toe aan de kleurplaat ter extra taalstimulatie.

 

 

8. WERK- OF SPELLETJESBLADEN

TIP: Lamineer de blaadjes om ze meermaals te laten invullen in een werkhoek of een doorschuifsysteem. Je kan per kind ook 1 persoonlijke gelamineerde folie voorzien die het kind telkens op het papieren werkblad legt.

TIP: Stel per thema een map met voorbeelden ter inspiratie samen.

 

 

 

 

© taalrijk.be, 2016, door Sanne Pittomvils

Met dank aan: Pixabay & Openclipart.

 

 

Klik hier voor de gebruiksvoorwaarden